maandag 24 april 2017

Kraanvogel op Terschelling

De Kraanvogel (Grus grus) is in Nederland en België een doortrekker. De najaarstrek naar de overwinteringsgebieden in voornamelijk Extremadura (Spanje) vindt vooral plaats  eind oktober, begin november. De voorjaarstrek, met piek rond eind februari, begin maart, gaat terug richting broedgebieden in Scandinavië en Oost-Europa. Tijdens de najaarstrek komen groepen Kraanvogels vaker aan de grond om te foerageren en te rusten. De voorjaarstrek is gehaaster: de vogels komen zelden aan de grond, zodat men ze enkel in grote groepen kan zien overvliegen.
Het exemplaar op de foto zit momenteel op Terschelling: wellicht is het van zijn groep afgezonderd geraakt, en probeert het nu aan te sterken om de tocht verder te zetten. Geen zorg, lijkt ons, gezien zijn hoge alertheid en schuwheid.



Rosse grutto op Terschelling

De Rosse grutto (Limosa lapponica) is de Arctische tegenhanger van de grutto (Limosa limosa). Hij is iets zwaarder gebouwd dan de grutto, heeft iets kortere poten en een opgewipte snavel.  In onze streken is hij alleen doortrekker en wintergast. De grootste aantallen rosse grutto’s vindt men in de Waddenzee, zoals hier op Terschelling. Het zijn sterke vliegers die in één keer lange afstanden kunnen afleggen.

De broedgebieden in het Arctisch gebied worden direct na het grootbrengen van de jongen verlaten, waarna de overwinteringstrek naar West-Europa begint.

’s Avonds waren we op Terschelling getuige van bijzondere luchtballetten: duizenden rosse grutto’s kiezen tegelijkertijd het luchtruim, en vliegen synchroon minutenlang rond – een uniek schouwspel.