vrijdag 28 oktober 2016

Grote kale inktzwam in Zomergem

De Grote kale inktzwam (Coprinopsis atramentaria) is een zeer algemene paddenstoelensoort die het ganse jaar door kan worden gevonden. Hieronder jonge, uitgegroeide en bijna vergane exemplaren.


dinsdag 25 oktober 2016

Japanse Stekelhoren aan de Oosterschelde

Oorspronkelijk afkomstig van de Oost-Aziatische kusten (Japan-China-Korea) en nabij het eiland Sakhalin en de Koerillen, werd, in 1924, de Japanse Stekelhoren (Ocenebra inornata) voor het eerst buiten het oorspronkelijke verspreidingsgebied aangetroffen langs de Pacifische kust van de Verenigde Staten. In de daaropvolgende decennia heeft de soort zich geleidelijk verder weten te verspreiden, met o.a. meldingen uit Canada en Californië (1941). Een halve eeuw later was Europa aan de beurt, met de eerste vondst in Frankrijk. Inmiddels zijn ook de Ierse kust en de Engelse zuidkust bereikt, evenals de Nederlandse wateren (Yerseke). In alle gevallen gaat het om verspreiding middels (import door de mens van) oesters, waarop de soort predeert. En inderdaad: wij vonden een levend exemplaar tussen de oesterbanken, nabij Yerseke.










maandag 17 oktober 2016

Bladpootrandwants in Moerbeke

De Bladpootrandwants (Leptoglossus occidentalis) komt sinds circa 1999 in Europa voor en breidt zich vanuit Zuid-Europa sterk invasief uit. Sinds circa 2007 wordt deze wants ook in België en Nederland gevonden, in eerste instantie voornamelijk langs de kust, maar inmiddels (sinds 2013) ook verder in het binnenland. Men vindt ook nimfen, hetgeen op beginnende populaties duidt. Het exemplaar op de foto vonden we terug in het Heidebos in Moerbeke, op Brem (Cystisus scoparius).
De bladpootrandwants is de enige wants in België en Nederland met uitgerokken achterschenen – meteen ook een belangrijk determinatiekenmerk, én het uiterlijke kenmerk waaraan deze wants haar naam dankt.


woensdag 12 oktober 2016

Hoornaar in Zomergem

De Hoornaar (Vespa crabro) is de grote broer van de ‘gewone’ wesp die u in de zomer komt ergeren bij het nuttigen van een frisdrank. De hoornaar, die deel uitmaakt van de familie van de plooivleugelwespen,  is dubbel zo groot (3,5 cm!), en ziet er daardoor gevaarlijker uit. Behalve door zijn afmeting valt hij ook op door zijn roodbruine kop en borststuk. De rest van het achterlijf is geel met zwarte dwarstekening, zoals bij de gewone wesp. Anders dan gewone wespen zijn hoornaars niet geïnteresseerd in zoetigheid.
Hoornaars hebben een slechte reputatie: onterecht meent men dat een steek gevaarlijk, zelfs levensbedreigend zou zijn. Een hoornaar is echter zachtaardiger en beduidend minder agressief dan een andere wesp, en als hij bij bedreiging toch steekt zijn de gevolgen identiek aan die van een ‘gewone’ wespensteek: hoogstens komt de angel iets dieper in de huid terecht en wordt de steek iets pijnlijker – zonder daarom gevaarlijker te zijn. Hoornaars komen meer en meer in onze streken voor, en het valt mij op dat ze dit najaar bijzonder talrijk zijn: ik kom ze zowat in elke tuin en elk bos tegen.
Bij het optreden van de eerste nachtvorst sterven alle hoornaars, behalve de bevruchte vrouwtjes. Zij worden de koninginnen van de volgende generatie. In de zomer worden de eerste werksters geboren, daarna geslachtsrijpe vrouwtjes en angelloze mannetjes.


zondag 9 oktober 2016

Kleine vliegenvanger in Oostende

Deze Kleine vliegenvanger (Ficedula parva) is een absolute zeldzaamheid: hij werd in 10 jaar tijd slechts 16 keer in België waargenomen. Fantastisch mooi vogeltje, dat zich gewillig liet fotograferen. Ondanks het harde licht en de schaduwen van de bladeren toch aanvaardbare beelden kunnen maken.

Dat men bij dergelijke waarnemingen nooit alleen is moge blijken uit de laatste foto...

zaterdag 8 oktober 2016

Verzwakte blauwe reiger in Waarschoot

Vandaag een verzwakte Blauwe reiger (Ardea cinerea) opgehaald en naar het vogelopvangcentrum in Merelbeke gebracht. 't Is daar dat er wonderen worden verricht: baxterken links en dwangvoedingsken rechts, en ik heb er alle vertrouwen in dat onze vriend straks weer de vrije natuur in kan. Gevaarlijke mannen, die reigers, vandaar de bril en de handschoenen... Bij reigers moet men beducht zijn voor de snavel (kan probleemloos door je hand worden geramd), terwijl men bij een roofvogel en een uil de klauwen moet mijden. Logisch: een reiger gebruikt zijn snavel om voedsel te vangen, en een roofvogel zijn klauwen. De bek dient enkel als bestek, niet als aanvalswapen.

Foto's zijn niet over naar huis te schrijven, maar ik heb ze -ahum- dan ook niet zelf gemaakt...