donderdag 14 september 2017

Roodpootschildwants in Zomergem

De Roodpootschildwants (Pentatoma rufipes) heeft karakteristieke brede en ver naar voren gelegen schouders die aan de voorrand afgerond zijn en aan de achterkant hoekig. De poten zijn opvallend oranjerood of roodbruin. Het connexivum (dwz het deel van het lichaam dat aan de zijkanten onder de vleugels uitkomt) is geblokt en het schildje heeft een duidelijk afstekende lichtgekleurde  geel- tot roodachtige punt. Deze wants is een algemeen voorkomende soort, die zich echter het liefst hoog in bomen en struiken ophoudt, en daarom weinig opvalt. De roodpootschildwants eet blaadjes en vruchtjes, maar jaagt ook op andere insekten. Ook in de winter is hij actief: hij jaagt dan op wintervlinders als  Gevlekte winteruil (Conistra rubiginea) en Grote wintervlinder (Erannis defoliaria).

























dinsdag 5 september 2017

Bruin blauwtje in Zomergem

Dit Bruin blauwtje (Aricia agestis) zag ik een paar dagen geleden voor het eerst in de tuin, wellicht omwille van het feit dat wilde planten op sommige plaatsen vrij spel hebben. Stijf ijzerhard (Verbena bonariensis), Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris) en Rode klaver (Trifolium pratense) zijn waardplanten voor deze vlinder, en hebben hem -kortstondig- naar onze tuin gelokt. Het bruin blauwtje is een lokale soort, die normaliter voorkomt op droge, zandige graslanden en rivier- en kustduinen. Komt ook voor langs de kust, en er zijn tijdelijke vestigingen in het binnenland.
Icarusblauwtje (Polyommatus icarus) is veel talrijker, maar er zijn een aantal verschillen: het bruin blauwtje heeft geen blauwe bestuiving, er zijn geen wortelvlekken, en de vlindergids somt nog een en ander op…




vrijdag 25 augustus 2017

Geelgors in Polen

De Geelgors (Emberiza citrinella) was vroeger een in Vlaanderen erg algemene verschijning langs kleine akkers met hagen en houtkanten. Door de verarming van het landschap en intensiever bodemgebruik is deze prachtige vogel in Vlaanderen quasi volledig verdwenen. Deze foto’s werden in Polen gemaakt – maar het dient gezegd dat men om de geelgors te zien ook naar Wallonië kan, of naar Zuiderse landen met een beter landschapsbeheer.



maandag 31 juli 2017

Honingbij in Zomergem

De Honingbij (Apis mellifera) komt de laatste jaren vaak in het nieuws: het gaat slecht met deze bij, en dat is dramatisch voor de bij zelf, en, om wille van het nut van de bestuiving, ook voor de mens: zonder bijen geen fruit, geen groenten – niks meer.  Daarnaast is de honingbij de belangrijkste leverancier van verschillende natuurproducten zoals honing, bijenwas, koninginnengelei en propolis. De honingbij wordt door mensen op grote schaal in kunstmatige bijenkorven gehouden, maar de mens draagt, onder meer via het gebruik van insecticiden, een verpletterende verantwoordelijkheid voor de problemen van de bij.
Naast insecticiden dient de bij bovendien eveneens af te rekenen met verschillende parasiterende organismen als  bacteriën, kleine mijten en andere insecten. Een aantal parasieten kan, onder de juiste omstandigheden, een nest binnen korte tijd volledig vernietigen.
Rupsen van Grote wasmot (Galleria mellonella) en Kleine wasmot (Achroia grisella) leven van de in de bijenraat opgeslagen voorraden honing en stuifmeel, maar eten ook de larven van de bijen.
De bijenluis (Braula coeca) is een vleugelloze vlieg die in de nesten leeft.
Keversoorten uit het geslacht Aethina, waartoe onder andere de Kleine kastkever (Aethina tumida) behoort zijn in Nederland reeds een ernstige bedreiging voor de imkerij.
De Varroamijt (Varroa destructor) zuigt bloedvloeistof bij de volwassen bijen. De mijt zet haar eitjes af in de cellen bij de opgroeiende larven. De jonge mijt leeft ten koste van de bijenlarve: de bij komt vaak misvormd ter wereld.
Andere  parasieten van de honingbij zijn mijten uit het geslacht Acarapis, zoals Acarapis woodii, en verschillende eencelligen zoals de amoebe Maphighamoebe mellifica. 
De larven van honingbij kunnen worden aangetast door vuilbroed, dit is een verzamelnaam voor verschillende bacteriën zoals Melissococcus pluton en Paenibacillus larvae.
Parasieten uit het geslacht Nosema behoren tot de Microsporidia en vestigen zich in het spijsverteringsstelsel.
Er zijn ook mysterieuze aandoeningen, waar nog niet veel duidelijkheid over is. Zo komt het steeds vaker voor dat bijen door nog onbekende oorzaken massaal dood worden aangetroffen in het nest. Daarnaast sterft een groeiend percentage van de volken tijdens de winterperiode, onduidelijk is waarom. Soms vertrekken complete volken uit het nest: men weet niet wat de oorzaak is of waar de bijen naartoe vliegen. Deze bijen worden namelijk niet dood gevonden maar verdwijnen naar een onbekende bestemming. Mogelijke oorzaken worden gezocht in de klimaatverandering, pesticiden, bepaalde ziekten of een tekort aan wilde bloemen.

woensdag 26 juli 2017

Rietzanger in Marquenterre

De Rietzanger (Acrocephalus schoenobaenus) is een in onze streken vrij algemene broedvogel. Hij komt voor in rietvelden, heeft een typische zang, en laat zich opmerken door zangvluchten, waarna hij steeds weer op dezelfde plek neerstrijkt. Door de opvallende wenkbrauwstreep kan hij moeilijk worden verward met andere (riet-)zangvogels. Deze foto’s werden gemaakt in de Baai van de Somme, in Marquenterre, waar de rietzanger talrijk voorkomt. De rietzanger is een trekvogel, die bij ons grosso modo voorkomt van april tot begin september.



donderdag 20 juli 2017

Wormkruidbij in Zomergem

De Wormkruidbij (Colletes daviesanus) maakt deel uit van de groep van de zijdebijen. De bij is ongeveer 7 à 9 mm groot en heeft een pluizig borststuk en typerende brede lichtgekleurde haarbanden op het zwarte achterlijf. Het gezicht is vrij breed en kort. De mannetjes zijn hetzelfde getekend als de vrouwtjes, maar ze zijn kleiner en hebben een dichtere beharing, met name op het gezicht.
Wormkruidbijen komen  in allerlei open biotopen voor, en hebben geen uitgesproken voorkeur omtrent nestplaats: zij nestelen, soms in grote groepen, in steile wanden, oevers van beken, tussen de wortels van omgevallen bomen, en in zachte steensoorten kunnen ze zelf  nestgangen uitgraven. Alle zijdebijen bekleden de binnenwand van hun nestcellen met een cellofaanachtige waterdichte afscheiding, waardoor de larve tegen bacteriën en schimmels beschermd is.
De soort is oligolectisch en verzamelt vooral stuifmeel van gele composieten (Asteraceae). Boerenwormkruid (Tanacatum vulgare) wordt vaak bezocht (zie ook de foto), vandaar de naam van deze bijensoort.


dinsdag 11 juli 2017

Grote Langlijf in Zomergem

De Grote Langlijf (Sphaerophoria scripta) is een zweefvlieg met een lang, slank achterlijf, dat  In rust een stuk onder de vleugels uitsteekt. De soort komt regelmatig in tuinen voor, op kruiden en bloemen, zoals hier op Jakobskruiskruid (Jacobaea vulgaris). De larven overleven als rovers op bladluizen. De foto van het vliegende exemplaar is uit de hand genomen met –het dient gezegd- bijzondere medewerking van de zweefvlieg in kwestie.